Voorbeeld: 2/4 − 1/6 De teller staat boven de streep en de noemer onder de streep. teller / noemer. Maak eerst de noemers gelijk, trek de tellers af en vereenvoudig.
Stap 1: Maak de noemers gelijk: 4 × 3 = 12 | 6 × 2 = 12. Stap 2: Maak de nieuwe breuken: 2/4 wordt 6/12 | 1/6 wordt 2/12. Stap 3: Trek de tellers van elkaar af: 6/12 − 2/12 = 4/12. Stap 4: Vereenvoudig de uitkomst: 4/12 wordt 2/6 wordt 1/3.